Grond: grondsoort, bemesten en bewerken

Zandgrond

Bestaat vooral uit korrelige deeltjes die rond en afgesleten kunnen zijn of ruwe randjes hebben (scherpzand). Er zit altijd veel lucht tussen de korrels. Zand is lichte grond en makkelijk bewerkbaar. Het nadeel is dat water er snel doorheen zakt. Pure zandgrond droogt daardoor vrij snel uit en mest en andere voedingsstoffen spoelen mee uit naar het grondwater.

Werk er in voor- en najaar flinke hoeveelheden organisch materiaal doorheen en breng een mulchlaag aan. Spit er niet zwaar in. Het is vaak voldoende om zandgrond bij de inrichting van de tuin eenmaal goed te spitten en daarna te zorgen dat het percentage organische stof op peil blijft.

Bepaal de pH en als de grond vrij zuur is, kunt u bekalken. Doe dat ruim voordat u eventueel mest opbrengt, want de stikstof uit de mest en kalk reageren met elkaar.

Leemgrond

Deze grond – een mengsel van zand en kleideeltjes – zou iedere tuinier willen hebben. Het is zeer vruchtbaar en goed te bewerken, houdt voldoende water vast, en overtollig water kan goed wegzakken. Verbeter deze door ieder voorjaar, nadat de grond is opgewarmd, een flinke mulchlaag aan te brengen.

Kleigrond

Kleigrond is heel vruchtbaar, maar moeilijk bewerkbaar. Voornamelijk doordat er zo weinig lucht tussen de fijne gronddeeltjes zit. Kleigrond houdt veel water vast, maar in de zomer wordt het soms zo hard als beton. Het krimpt en scheurt als het uitdroogt, terwijl het ’s winters één natte, plakkerige massa wordt.

Klei is ook slappe grond. Een zandpakket ligt stevig, klei beweegt. Een op klei gebouwd huis kan verzakken. Spit zware kleigrond in het najaar en werk er organisch materiaal doorheen. Laat de ruwe kluiten zo liggen, die moeten kapotvriezen.

Loop ’s winters zo min mogelijk over kleigrond. Kalk strooien verbetert de structuur ook, evenals het aanbrengen van een mulchlaag in het voorjaar nadat de grond is opgewarmd.

 

Kalkgrond

Echte kalkgrond komt in Nederland en Vlaanderen niet zoveel voor. Kalkgrond is te herkennen aan de brokjes witte of lichtgele kalk die als een soort steentjes in meestal licht gekleurde grond aanwezig zijn. Kalkgrond is vruchtbaar, maar droogt snel uit. Niet alle gewassen doen het er goed op.

De meeste kalkbodems zijn in vroegere zeeën ontstaan uit de skeletten van dieren en algen. Kalksteen zit meestal vol fossiele resten en bestaat uit allerlei verbindingen op basis van calcium. Of de grond in uw tuin erg kalkrijk of juist aan de zure kant is, kunt u constateren met een chemisch testje.

Werk ieder voorjaar organische stof door de grond en dek af met een dikke laag mulch. Gips strooien helpt om de grond losser te maken.

Veengrond

Veengrond bestaat voor het overgrote deel uit afgestorven plantenresten, dus uit organisch materiaal. Daarbij is veen altijd zuur. Het is bovendien donker gekleurd. Door de vezelige structuur en het enorme waterbufferende vermogen kan veengrond heel lang nat blijven. Maar als het uitdroogt – wat in lange, hete zomers kan gebeuren – is het heel moeilijk weer vochtig te krijgen.

Ook een droge turf, in feite een brok gedroogd veen, is bijna niet nat te krijgen. Hier zit al veel organisch materiaal in. Het probleem is meestal de afwatering. U kunt de drainage bevorderen door grit, fijn split of ander grindachtig materiaal door de grond te spitten. De verhoging van het gehalte aan minerale stof verbetert ook de voedingswaarde.

Onderhoud grond, bemesten en bewerken

Dichtgeslagen grond

Werk dichtgeslagen grond tussen heesters ondiep om: licht spitten of met de pitvork omwoelen. Spit ook afgevallen blad en een oude mulchlaag licht in. Zo voorkomt u veel onkruidgroei en verhoogt u het humusgehalte van de grond.
Zorg dat u geen plantenwortels beschadigt. Niet spitten als de grond al goed van structuur is (veel humus), anders verstoort u meer dan u goed doet.

Februari

Kalk strooien

Op verzuurde grond (testen met een pH-setje) kunt u een geschikte kalksoort strooien om verzuring tegen te gaan (ook bij het gazon). Sommige kalkproducten reageren sterk met stikstof, daarom eerst bekalken en pas een maand later bemesten.
Spitten
Tijd om de moestuin te spitten. Tenminste, als die op zandgrond ligt, een moestuin op klei heeft u al in de herfst gespit. Spitten is alleen nodig als de structuur van de grond slecht is en er veel eenjarig onkruid op staat. Dat kunt u dan beter onderwerken.
Hetzelfde geldt voor een oude mulchlaag. Onderspitten daarvan verrijkt de bodem. Oude stalmest kan ook worden ingespit.

Mest met iets extra’s

Geef fruitgewassen mest met extra veel fosfor en kalium voor de vorming van bloemen en vruchten. Patentkali of thomasslakkenmeel en speciaal voor fruitgewassen samengestelde mest zijn het beste. De behoefte aan stikstof is minder groot.

Maart

Organische bemesting

Eenmaal per jaar een organische basisbemesting is gewoon nodig om uw planten gezond te houden. Bijvoorbeeld compost of stalmest in korrel- of poedervorm. Een groot voordeel daarvan is dat er bijna niet te veel van kan worden gegeven. Er kan eigenlijk niets mee fout gaan. Organische meststoffen zijn dus heel veilig.
Organische mest vormt een basisbemesting die langdurig werkzaam blijft. Geef een gezonde organische basisbemesting met soorten als beendermeel (niet bij planten die van zure grond houden), bloedmeel, gedroogde koemest of compost. Vergeet ook uw bomen, heesters en haagplanten niet en geef het gazon speciale lang werkende gazonmest.

Rozen mesten

Rozen hebben veel voeding nodig en behoefte aan de speciale sporenelementen zoals magnesium. Geef een organische basisbemesting of speciale rozenmest waarin alles zit wat ze nodig hebben.

April

Grond verbeteren

Als u wilt planten en zaaien, moet u eerst de grond voorbereiden en verbeteren. Maak om te zaaien een bedje maken met fijne gronddeeltjes, dus zonder bonken en kluiten en liefst lekker rul. Maak de grond op de plantplek goed los en meng er een flinke hoeveelheid organische stoffen doorheen zoals compost, beendermeel en degelijke.
Geen beendermeel gebruiken waar u planten wilt neerzetten die van zure grond houden, want beendermeel bevat veel kalk.

Mei

Ademende grond

Maak de bovenste grondlaag los en dek deze af met een mulchlaag van compost. Dan blijft de grond eronder los en wordt de mulchlaag er langzaam in opgenomen. Dat is goed voor de humusvorming. Als u steriele fabriekscompost toepast, weet u zeker dat er geen ziektekiemen en kiembare onkruidzaden in zitten. Dat scheelt veel wiedwerk.

Juni

Schoffelen

Laat afgeschoffeld onkruid een paar dagen liggen voor u het weghaalt. Het verdroogt waardoor voedingstoffen aan de grond worden afgegeven. U neemt bovendien minder grond mee.
Bodembedekking
Een laag organisch materiaal op de bodem tussen uw planten voorkomt snelle uitdroging van de grond, dus minder sproeien!

Juli

Rozen voeding geven

Nu de rozen volop bloeien, leveren ze een enorme prestatie die extra veel energie vraagt. Geef ze daarom speciale rozenmest waar alles in zit wat ze nodig hebben. Ze bloeien er bijzonder rijk mee door.

Augustus

Stoppen met bemesten

Stop in augustus met het bemesten van uw planten. Dit geldt speciaal voor bomen, struiken en vaste planten, maar ook voor kuipplanten. Ze moeten kunnen afrijpen voor de winter en dan is een extra groeistimulans niet goed.

November

Spitten

Als er moet worden gespit, is het goed om dat bij zware grond (klei) nu te doen. Na het spitten niet egaliseren, maar de ruwe kluiten gewoon laten liggen. De vorst zal ze verpulveren, waarna de grond ruller en beter bewerkbaar zal zijn, zekere als u er ook nog zand, fijn grind of organisch materiaal doorheen hebt gewerkt.
Zandgrond kunt u beter in het voorjaar spitten om de structuur van de grond zo goed mogelijk te houden.