Klimmers snoeien

De snoei van klimplanten

Er zijn een paar vuistregels bij de snoei van klimplanten. Bladverliezende klimplanten snoeien als ze in rust zijn. Bij ons is dat dus tussen november en april. Groenblijvende klimplanten of planten die alleen bij strenge vorst hun blad laten vallen, moet u in het (vroege) voorjaar snoeien.

Klimop (Hedera) kunt u dus het beste in het vroege voorjaar snoeien. Doe dat liefst voordat het jonge blad wordt gevormd. Anders moet de klimplant tweemaal de energie opbrengen om dat te vormen. Er wordt ook wel aangeraden klimop laat in de winter te snoeien. In ieder geval kan dan lelijk oud blad worden weggenomen. Haal deze klimplant te allen tijde weg op plekken waar deze lastig wordt, bijvoorbeeld als schilderwerk overgroeid dreigt te raken.

Als het om bloeiende klimplanten gaat, is het belangrijk dat u weet wanneer ze bloeien. Klimplanten die in de zomer bloeien, zoals kamperfoelie (Lonicera) of Clematis viticella, bloeien beter als u in het vroege voorjaar (februari/maart) oude scheuten en takken inkort. Dat geeft een bloeistimulans. Maak de zijscheuten van de klimplanten niet korter dan op zo’n vier á vijf knoppen vanaf de aanhechting. Klimplanten vormen pas na de snoei bloemknoppen.

Klimplanten die in het voorjaar bloeien, hebben hun bloemknoppen al in de maanden ervoor gevormd. Zou u dan snoeien, dan zou u de bloemknoppen van de klimplanten wegsnoeien, met als gevolg minder of helemaal geen bloei. Zulke klimplanten moet u dus pas na de bloei snoeien. Daarna gaat de klimplant nieuwe ranken maken die het jaar erop zullen bloeien.

Wanneer wat snoeien?

Een paar voorbeelden:

  • Kamperfoelie (Lonicera) – bladverliezend: na de bloei snoeien (niet verder dan tot op een derde).
  • Druif (Vitis) – bladverliezend: voor 1 februari snoeien; in de zomer te lange ranken inkorten.
  • Trompetbloeier (Campsis) – bladverliezend: in de winter of op z’n laatst vroeg in het voorjaar snoeien. Fors terugsnoeien mag.
  • Wingerd (Parthenosissus) – bladverliezend: in het late najaar of in de winter terugsnoeien.
  • Klimhortensia (Hydrangea anomala ssp. petiolaris) – bladverliezend: heeft nauwelijks snoei nodig. Inkorten als de plant te fors dreigt te worden

Clematis, een geval apart

Wat hun snoei betreft, moet u even uitzoeken tot welke Clematis-groep uw klimplant behoort.

Er zijn drie groepen:

  • De vroegbloeiende klimplanten met soorten zoals Clematis alpina, C. macropetala en C. montana. Over het algemeen zijn dit kleinbloemige soorten die weelderig groeien. Knip direct na de bloei alle iele scheuten weg. Verwijder ook beschadigde en dode ranken. Snoei die terug tot waar de plant er weer gezond uitziet.
  • Herhaald bloeiende klimplanten. Deze bloeien vaak in twee golven en later in het jaar dan de soorten uit groep 1. Het gaat om grootbloemige typen zoals ‘Nelly Moser’, ‘Barbara Jackman’, ‘Lasurstern’ en tientallen andere. Meestal bloeien ze in de voorzomer aan de oude ranken en later nog eens aan de nieuwe scheuten. Dat is voor de snoei uiteraard wat lastig. Haal in het voorjaar zwakke, zieke of beschadigde ranken weg en kort pas na de tweede bloei de rest van de ranken in.
  • Laat bloeiende klimplanten, zoals de soorten uit de Jackmanii Groep, Clematis viticelli, C. tangutica, maar ook bijvoorbeeld ‘Ernest Markham’. Allemaal planten die op de nieuwe scheuten bloeien. Ze kunnen in het voorjaar worden gesnoeid. Doe het als de nieuwe knoppen al goed zichtbaar zijn. Snoei tot op een á anderhalve meter boven de grond.
  • Terug naar boven

 

Snoeibehoefte van klimplanten

Veel klimplanten hoeven niet of nauwelijks te worden gesnoeid. Meestal wordt gesnoeid om ze binnen de perken te houden. Voor hun gezondheid is het vaak niet nodig. Ze redden zich wel. Snoei is zeker nodig als klimmers andere planten dreigen te overwoekeren, tenzij u dat graag ziet gebeuren.
Als klimop of kamperfoelie een boom inklimt kan dat prachtig zijn. De boom heeft er bij deze soorten eigenlijk geen last van. Maar er zijn klimplanten die andere planten echt kunnen verstikken. Dat zijn vooral verhoutende, windende klimplanten zoals de prachtige boomwurger (Celastrus) die niet voor niets zo heet en de blauweregen (Wisteria). En niet alleen bomen, maar ook regenpijpen worden met gemak in elkaar gedrukt door deze klimmers.

U moet dus goed bepalen waar u de schitterende klimplanten wel of niet laat groeien. Regelmatige snoei kan dan hard nodig zijn.

Nog zo’n notoire woekeraar die echt overal in en onder kruipt, is de bruidssluier (Fallopia aubertii) die binnen de kortste keren een heel schuurtje weelderig overgroeit, maar ook het dak van de wanden kan loswrikken als hij eronder kan komen. De groeikracht van dit soort klimplanten is indrukwekkend.

U moet dus rekening houden met de groei-eigenschappen van de soorten klimplanten en de ruimte die uw tuin biedt. Er zijn ook aanzienlijke verschillen in snoeibehoefte. Snelle groei betekent bijna overal: meer snoei, tenzij ze hun gang kunnen gaan. Aan een kamperfoelie of een rambling roos (een reuzenklimroos) die een boom ingroeien, hoeft u niet veel te doen, maar aan wingerd (Parthenocissus) of klimop (Hedera) dus vaak wel.

Gezondheid van klimplanten

Soms moeten klimplanten worden gesnoeid om ze gezond te houden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij klimplanten die sterk kunnen invriezen (Passiflora, sommige soorten Clematis, de trompetbloeier (Campsis)). De ingevroren, dode twijgen en ranken kunnen gaan rotten waarna de hele plant kan worden aangetast. Zulke klimplanten moeten na de winter altijd worden teruggesnoeid.

Ook bij klimmers die normaal nauwelijks gesnoeid hoeven te worden, is het goed de takken af en toe te inspecteren op ziekte en beschadiging. Snoei altijd weg wat er niet gezond uitziet. Aarzel daar niet bij en stel het ook niet uit. Veel groenblijvende klimplanten zien er na de winter wat minder fraai uit. Knip deze klimmers weer in vorm en ze zijn weer een heel seizoen mooi. Dit geldt onder andere voor Ceanothus en Passiflora.

Bontbladige klimplanten

Bij klimmers met bont blad kunnen plotseling scheuten met groen blad ontstaan. Dat is de oervorm van de klimplant die er plotseling weer inschiet. Die groene vorm is altijd sterker dan de bonte. De groene takken kunnen daarom de bonte gaan overheersen en dat is uiteraard niet de bedoeling. Snoei deze klimplanten er direct bij hun aanhechting uit zodra u ze ziet, het maakt niet uit in welk jaargetijde.

Snoei aan het begin van de groei

Veel klimplanten worden met een klimrekje of bamboestokje in het potje geleverd, waar ze tegenaan groeien. Laat dat bij het inplanten van de klimplanten niet zitten, maar maak de ranken voorzichtig los en bind ze tegen hun nieuwe klimsteun. Vergeet dan ook niet de ranken van de klimplanten een stukje in te korten. Dat geeft een enorme groeistimulans.

Sterk verwilderde klimplanten?

Wat u kunt doen, hangt van het type klimmer af. Is het een bladverliezende klimplant, dan kunt u deze laat in de winter zwaar terugsnoeien en de nieuwe uitlopers weer omhoog leiden.

Bij groenblijvende klimplanten zijn zulke drastische maatregelen verkeerd. Daarbij moet u de corrigerende snoei over enkele jaren spreiden om de klimplant niet dood te snoeien. Snoei dus in gedeelten, zodat de klimplant nooit zonder blad staat.

De snoei van leiheesters

Leiheesters zijn gewone heesters die zo worden gesnoeid dat hun takken zich in een vrij plat vlak voor een muur of schutting uitstrekken. Als er bloemen en bessen of andere vruchten aankomen, zijn die goed zichtbaar en dat kan extra sierwaarde opleveren.

Snoei leiheesters die voor 21 juni (de langste dag) bloeien na de bloei en snoei soorten die daarna bloeien, vroeg in het voorjaar. Neem van deze klimplanten steeds alle takken weg die de gewenste vorm verstoren. Oude, vaak sterk vertakte takken van wat oudere planten kunt u wegsnoeien om ruimte te geven aan jongere takken. Om klimplanten als de vuurdoorn (Pyracantha) dicht en vlak tegen de muur te houden, moet u vaak snoeien.