Onkruid, ziekten en plagen

Onkruid is overal in de tuin erg vervelend. U krijgt het onkruid er bijna niet meer uit als het door de vaste plantenwortels heen groeit. Probeer daarom voor u de border aanlegt het meerjarige onkruid zoveel mogelijk met wortel en al te verwijderen.
Vervolgens kunt u door het groeiseizoen heen voorzichtig het eenjarige onkruid wieden. Ga niet tussen vaste planten schoffelen, omdat u dan al snel de wortels van de sierplanten beschadigt. Een laagje van ca. 3 à 5 cm organische mulch op de grond tussen de planten voorkomt dat het zaad van onkruid uit de bodemkan kiemen. Fabriekspotgrond en compost zijn ideaal als mulch en gegarandeerd kiemvrij.

Zevenblad, akkerwinde en paardenstaart zijn enkele van het meest hardnekkige onkruid, omdat ieder stukje wortel weer tot een volledige plant kan uitgroeien. Door consequent en voortdurend alles af te schoffelen dat weer de kop op steekt, krijgt u het onkruid uiteindelijk wel weg. Grind en steenslag moet u regelmatig doorharken om de groei van onkruid te verstoren.

Mos in het gazon

Mos kan ontstaan door schaduw of een te natte plek, als er te weinig lucht in de grond zit en er te kort wordt gemaaid. Het gras heeft het in zulke gevallen moeilijk en herstelt maar langzaam. Mos groeit veel sneller. Mos wordt onder andere onderdrukt door flink te mesten. Het gras groeit dan zo hard dat het mos er niet tegenop kan. Intensief belopen gazons kunt u beluchten door er gaatjes in te prikken.

Ziekten

Voorkomen is beter dan genezen. U kunt veel doen om ziekten bij uw planten te voorkomen. Planten die het naar hun zin hebben, worden niet snel ziek. Zorg voor goede groeiomstandigheden voor uw planten of nog beter; kies de planten die passen bij de omstandigheden in uw tuin. Als het helaas toch voorkomt dat een plant verschijnselen van ziekte vertoont, is het beter om direct deskundig advies in te winnen.

Rozen

Let bij rozen vooral op sterroetdauw (zwarte vlekken) en meeldauw (het wit) en bestrijd deze schimmels direct als ze optreden.

Clematis

Vooral grootbloemige Clematis kan last krijgen van verwelkingsziekte, een nare ziekte waarbij de ranken afsterven. Gelukkig doen ze dat alleen bovengronds. Wat onder de grond zit, blijft gezond. Daarom wordt een Clematis altijd wat dieper geplant dan hij in z’n kweekpot stond. Als de ziekte dan toeslaat, kan hij weer vanuit de grond gezond uitlopen. Wel de zieke ranken tot in de grond afknippen.

Fruit

Perenvuur of bacterievuur is de meest verwoestende ziekte bij fruitbomen. Zoals de naam al aangeeft, zijn vooral peren er heel gevoelig voor. U kunt de ziekte herkennen aan verwelkte, zwart wordende twijgeinden. Ook verschijnen er donker gekleurde, iets ingezonken plekken op de stam. Soms kan er slijm uit de steeltjes van verwelkende bloemen (vooral bij nabloei in de zomer) en bladeren komen. Bacterievuur moet worden gemeld en aangetaste bomen moeten zo snel mogelijk worden vernietigd.

Appels hebben het meest last van schurft en meeldauw. Bij pruimen is loodglans de meest voorkomende ziekte. Doordat de opperhuid van het blad bij deze aantasting loslaat, kan er lucht onder komen en dat geeft een merkwaardige zilver- of loodachtige verkleuring van het blad. Het is een vervelende ziekte waar een aangetaste boom uiteindelijk aan dood kan gaan. Ook lastig bij pruimen is gomvorming.

Grauwe schimmel

Grauwe schimmel (botrytis) is een ziekte die verrassend snel bloemen, bladeren en vruchten kan aantasten. Bestrijd deze schimmel met een geschikt fungicide zodra u het ergens ziet.

Plagen

Niet ieder luisje hoeft te worden bestreden. In een gezonde tuin zijn altijd allerlei insecten in de weer. En dat hoort zo. Ze houden elkaar in toom en doen weinig kwaad. Het wordt pas vervelend als er van een enkele soort plotseling veel te veel aanwezig zijn. Als er dan massaal schade aan de planten ontstaat, kunt u beter wel maatregelen nemen. Maar overdrijf nooit. In veel gevallen herstelt de natuur het evenwicht vanzelf.

Nuttige dieren in de tuin

Mezen ( o.a. kool- en pimpelmezen) eten o.a. rupsen. En niet zo’n klein beetje! Zeker als ze een nest met jongen hebben verdwijnen er honderden in de hongerige keeltjes. Mezen-nestkastjes helpen u aan zo’n nest, zeker als u veel verschillende planten in uw tuin hebt. Lieveheersbeestjes eten bladluizen. Hetzelfde geldt voor oorwormen. Wist u trouwens dat egels ook grote hoeveelheden insecten verorberen?

Slakken

Er zijn allerlei ‘huismiddeltjes’ om slakken te bestrijden: zo zijn slakken vooral nachtdieren. U kunt ze tijdens hun nachtelijke vraattochten met de hand wegvangen. Een van de beste remedies zijn de verantwoorde slakkenkorrels die niet gevaarlijk zijn voor vogels en huisdieren. U hoeft met die korrels niets op te ruimen, want de slakken trekken zich in de bodem terug om te sterven.

Bladluizen

Bladluizen kunnen erg lastig zijn. Bestrijd ze pas als ze een echte plaag vormen. Hoe gezonder uw planten zijn, des te minder last ze van aantastingen zullen hebben. Op het zoete vocht (honingdauw) dat bladluizen afscheiden, kan zich een zwarte schimmel ontwikkelen (roetdauw). U zult dan zowel een middel tegen bladluizen als een middel tegen schimmel moeten toepassen. Spuit nooit overdag met insecticiden. De bijen vliegen dan volop en die leggen anders ook het loodje. Als u toch een insecticide moet gebruiken, wacht dan tot de bijen in nachtrust zijn.
Terug naar boven

Oorwormen

Vooral bij dahlia’s en chrysanten kunnen oorwormen lastig zijn. Ze kunnen door hun vreterij de bloemen behoorlijk beschadigen.
U kunt ze op elegante wijze vangen in een speciale oorwormenpot die u met hooi of stro vult (houtwol en een prop papier kunnen ook) en omgekeerd op een bamboestokje bij de planten plaatst. Met een gewone bloempot is dat lastiger omdat die taps toeloopt. De inhoud valt er daardoor makkelijker uit. De oorwormen zijn ‘s nachts actief en verschuilen zich overdag. U kunt ze dan makkelijk verwijderen.

Algen of wieren

Iedereen met een vijver krijgt met algen te maken. Algensporen zweven overal in de lucht en als ze met water in aanraking komen kunnen daar algen of wieren uit ontstaan. Er wordt wel onderscheid gemaakt tussen wieren en algen.

Iedereen kent de zweefalgen die in het vroege voorjaar het vijverwater in een groene soep kunnen veranderen. Meestal duurt dat maar kort en is het gauw met ze afgelopen zodra de waterplanten ook voeding uit het water gaan halen. Heeft u later in het jaar veel last van zweefalg dan is het vijverwater veel te rijk aan voeding. Dat kan worden veroorzaakt door een te groot vissenbestand.

Een andere zeer bekende algensoort is draadalg die grote sliertige massa’s wittige groene draden vormt. Vissen leggen er graag hun eieren in en eten ervan. Draadalg brengt ook zuurstof in het water en de waterkwaliteit in een vijver met draadalg is altijd goed. Toch kunt u een teveel aan draadalg beter verwijderen.

Wieren hebben dan een structuur die aan gewone planten doet denken, bijvoorbeeld met stengelachtige of bladachtige delen. Algen zijn eencellige plantjes die bij sommige soorten draadachtige massa’s kunnen vormen, maar meestal los in het water zweven.

Anders dan zwammen (schimmels) beschikken algen en wieren over het chlorofyl dat nodig is om voedsel aan te maken uit stoffen die uit de omgeving (het water) worden opgenomen. Wortels hebben ze niet, dus voeding uit de bodem opnemen kunnen ze niet.

Enkele wiersoorten die u in een vijver kunt aantreffen zijn darmwier (Enteromorpha intestinalis) dat een soort darmachtige buizen vormt, kranswier (Chara fragilis) dat wel wat op heermoes of paardenstaart lijkt en het zeldzame kikkerdrilwier (Batrachospermum moniliforme) dat snoeren glibberige, blauwpaarse tot groene bolletjes vormt. Als de laatste in het vijverwater voorkomen, is er meestal iets met de waterkwaliteit aan de hand.

(Bron: Colour your live)